Willem01

Van Tijen schreef dit citaat in een brief aan zijn medewerker Dick Apon, die zich van de grote architectuur wel wat anders voorgesteld had en zich niet tevreden wilde stellen met het geestdodende marginale kleine werk aan onbeduidende woninkjes. Hij had bedenkingen tegen de "prozaisch zakelijke wijze" waarop Van Tijen en Maaskant hun bureau leidden. 

bron: Architect W. van TIjen, door Ton Idsinga en Jeroen Schilt, ISBN 9012055849, 1987